Pastoraal woord
Tweede zondag van de veertigdagentijd: de opgang naar Pasen, hoe moeilijk die kan zijn. Jezus klimt ook de berg op en verandert van gedaante; een voorbeeld om ons elven weer nieuw bloed te geven.
In deze vastentijd beklimmen we ook een berg door dingen te laten (minder snoepen, minder kopen, minder vlees). Als we kijken naar onze Moslim broeders en zusters die nu Ramadan vieren: zij hebben ook een weg te gaan. In de vijf zuilen van hun geloof vinden we herkennings- en aanknopingspunten: hun gebed, hun geloofsbelijdenis, het geven van aalmoezen, hun vasten en hun bedevaart naar Mekka. De eerste vier zuilen kennen we ook binnen ons eigen katholieke geloof. Dat schept een band; je moet je ervoor inzetten. De berg op klimmen, net zoals Jezus deed, ook al is het nog zo zwaar. Samen die berg op, samen afzien. Jezus zegt ook tegen ons: ‘Sta op en wees niet bang’, Hij loopt immers met ons mee! Laten we onze ogen (en oren!) gericht houden op de randjes van de samenleving. Doe wat voor jou mogelijk is, God vraagt geen grote offers van je. Je hoeft niet alles te kunnen. Doe iets liefs voor je buurvrouw, deel van wat je hebt met je buurman. Je kunt beter één ding doen met een oprecht hart, dan veel dingen met weinig aan

