Pastoraal woord

Een heel ander begin van de veertigdagentijd dan in andere jaren. Geen carnaval dat echt gevierd is maar daarna wel aswoensdag. Die aswoensdag was ook wat anders, want we konden nu geen askruisje krijgen op het voorhoofd, maar wel op afstand wat as op onze kruin gestrooid krijgen. Deze laatste vorm is overigens de meest oorspronkelijke, gebruikt al in de tijd vr Jezus als teken dat men spijt had over begane fouten en men zijn leven wilde beteren.
De asoplegging blijft toch een indrukwekkende handeling, te zien aan het serieuze gezicht van hen die hiervoor naar voren komen. Gedenk, o mens, dat gij stof zijt en tot stof zult wederkeren. Door deze woorden bij de asoplegging worden we herinnerd aan de vergankelijkheid van ons aardse lichaam. Het zou triest zijn als dat de enige boodschap zou zijn die de kerk heeft. Maar de veertigdagentijd eindigt met Pasen.
Dan horen de vrouwen bij het graf van Jezus: Wat zoekt ge de Levende bij de doden? Hij is niet hier, Hij is verrezen. Dit Paasevangelie doet ons geloven en hopen dat de mens door God bestemd is voor meer dan het leven hier op aarde. .

 

pastoor Hans de Kort